Het zijn niet de kleuren die de zee tot zee maken.
Het is de stroming, dat wat zich daardoor laat
meevoeren en dat wat er tegenin zwemt.
Het is dat wat er ademloos in onder gaat en
wat er met kop en schouders bovenuit steekt.
Het is wat er meedeint, doorgaat of juist terug.

Het is met donder en storm en kapseizen.
Het is met een brandende zon en regenbogen.

Het is pure angst en vreugde.
Het is zonder richting en met een koers.
Het is met een vuurtoren en een wachter
in de verte.

Het is met eenzaamheid en niet weten hoe.
Het is met doen alsof en met
verstikkend samenzijn.

Had ik maar geweten dat je niet sterft
aan onder water geraken, maar aan
niet meer boven komen.

Uit: ‘De kou van het water’ – Judith van der Wildt